Legenda
since 1998

Djembe-partijen
Toonsoort
T (tenor, toon of open toon), S (slap) en B (bas). Als kleine letters worden gebruikt (t, s en b) kan een extra slag als variatie worden toegevoegd.
Handzetting
r (rechts), l (links). f (flam); twee slagen die net niet tegelijkertijd vallen, d (gedempte slag), k (handklap), 2 (dubbelslag in zogenaamde "roulement", c = dempen tijdens slag. Rechts en links kan natuurlijk worden omgedraaid voor links-handigen.
Uitgangspunt is de “doorlopende” handzetting, waarbij opeenvolgende pulsen steeds afwisselend een slag rechts of links meekrijgen. Soms is vanwege de snelheid waarmee het ritme gespeeld wordt, een meer praktische handzetting aan te bevelen.
Doun Doun-partijen
Drum- en belslagen:
O (open slag), C (gedempte slag), H (slag met stok op houten deel van de trommel), x = bel-slag. Als kleine letters worden gebruikt (o, c, en h) kan een extra slag als variatie worden toegevoegd.
Andere aanduidingen binnen het ritme-vak:
Als er een letter, A, B, C, enz. staat in het bruine vak vindt verderop in het ritme opnieuw een verwijzing plaats naar dit deel van het ritme. Ook opmaten kunnen in het bruine vak worden aangegeven.
Overige toelichting
Binaire en ternaire ritmes
Alle West-Afrikaanse ritmes zijn cyclisch; ze herhalen zich in een bepaald patroon. Het eind van elk weergegeven patroon sluit daarom aan bij het begin. Een cyclus bestaat uit een aantal pulsen, waarvan er een aantal met een slag op trommel en / of bel worden ingevuld. Het totaal aantal pulsen wordt onderverdeeld in groepen van vier of drie pulsen. De onderscheiden ritmes wordt daarmee binair (eigenlijk quaternair) of ternair genoemd. (vierkwartsmaat of driekwartsmaat).
De inzet of start van het ritme
Een ritme kan op verschillende manieren worden opgestart. Een persoon begint met een patroon voor een specifiek instrument te spelen, en andere spelers vallen in met hun eigen patronen, als zij hun positie ten opzichte van het eerste patroon hebben bepaald. Een tweede manier is door middel van een oproep van de djembé -solist die een appèl, een “call” (of intro) geeft en het ritme opstart op een van te voren afgesproken plaats. In dit boek begint elk patroon op de plaats waar volgens gangbare afspraken na het appèl het ritme begonnen wordt. Waar dit afwijkt, is met vierkanten aangegeven, waar de eerste slag op dat instrument gespeeld wordt.
Variaties
Soms worden in de patronen variaties toegepast. Deze variaties kunnen zowel als vast element in een cyclisch patroon worden vastgehouden, als incidenteel tijdens het spel worden toegevoegd. Soms wordt een variatie met regelmaat afgewisseld met het basis-patroon. Tenslotte kunnen ook variaties voor één instrument gespeeld worden in combinatie (als een gesprek) met ander instrument.
Solo Accompagnement
Dit is een “tussenspel” voor de Djembé-solist voor momenten dat er tussen twee solo’s even rust genomen wordt.
De flam
Een flam (f) is een incidentele dubbelslag voor djembe waarbij de slagen korter op elkaar volgen als in de roulement (twee slagen in één hokje).
Roulement
De roulement is een roffel, een incidentele dubbelslag voor de djembe, direct gevolgd door een aantal slaps of tonen. In de notatie is daarvoor maar één hokje (één puls) gereserveerd, terwijl er toch twee slagen worden gemaakt. Dat is met een “2" in de handzetting aangegeven. Je zou ook kunnen spreken van een halvering van tonen, vergelijkbaar uit de klassieke muziek-notatie. Door de extra slag draait de handzetting (tijdelijk) om.
Echauffement
De echauffement is een verwarming, verhitting, verdichting en soms versnelling van het ritme. Door de echauffement wordt toegewerkt naar een climax voor de danser (en een eind van de solo-dans). Een echauffement wordt afgesloten met een landing; een appèl (als het tevens het einde van het ritme aangeeft) of een “look-a-like” break; een geïmproviseerde frase die wel lijkt op het appèl, maar er voor zorgt dat het ritme als geheel niet wordt afgesloten. Niet alle instrumenten hebben een echauffement-variant (er moet iets herkenbaars van het ritme overblijven), maar alle instrumenten die zo’n variant hebben doen mee.
Combinaties van bastrommels
Sommige Malinke uit Guinee spelen met drie aparte bas-trommels. In West-afrika wordt echter vaak gekozen voor het spelen van Dundun-combinaties; meerdere trommels op elkaar gestapeld, die tezamen met één bel gespeeld worden. In Mali worden slechts twee bas-trommels gebruikt en in Ivoorkust wordt vaak een combinatie op een drum-set met twee stokken gespeeld (o.a. Zaouli).
Verschuivingen
Verschuivingen van slagen buiten de regelmatige pulsen, kunnen in mijn systeem maar beperkt worden aangegeven. Hier en daar is dat met een “>” of “<“ aangeduid. Het moge duidelijk zijn dat dit gegeven onderstreept dat deze muziek niet alleen uit een boekje geleerd kan worden, maar dat voor een goed begrip lessen van docenten en samenspel met anderen nodig is. Zie ook het artikel over micro-timing van Rainer Polak op de djembemande pagina’s.